De overheid biomassa voor bio-energie

Bekende duurzame energiebronnen zijn wind, water en zon. Iets minder bekend, maar verantwoordelijk voor ruim de helft van de duurzame energie geproduceerd in Nederland (2005), is energie uit biomassa. Hoe precies is, daarover verschillen wel de meningen.

Energie uit Biomassa

Energie uit biomassa wordt opgewekt door verbranding, vergassing of vergisting van organische materialen zoals hout, gft-afval, maar ook plantaardige olie, mest en (delen van) speciaal hiervoor geteelde gewassen.

Autobrandstof en elektriciteit die zijn gemaakt uit biomassa, verminderen het gebruik van fossiele brandstoffen, en daarmee de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Een ander voordeel is dat biomassa, in tegenstelling tot kolen en aardgas, niet opraakt.

Toch discussiëren experts over de vraag of bio-energie wel duurzaam is, vooral biobrandstof houdt de gemoederen bezig. Enerzijds omdat duurzaamheid en milieuvriendelijkheid lastig te meten zijn; aan de andere kant doordat er veel verschillende vormen van energie uit biomassa zijn, met specifieke effecten. Het debat draait vooral om de vraag welke vorm van energie uit biomassa duurzaam is, en onder welke voorwaarden.

Energie uit biomassa

Energie uit biomassa wordt ook wel bio-energie genoemd. Die naam heeft alles te maken met de bron. Bio-elektriciteit en biowarmte komen namelijk voort uit biologisch (of organisch) materiaal. Dat varieert van (snoei)houtafval afkomstig uit de industrie en rioolslib uit waterzuiveringsinstallaties, tot gft uit huishoudens, plantaardige oliën en vetten uit de voedingsmiddelenindustrie, mest uit veebedrijven en speciaal voor bio-energie geteelde gewassen, zoals koolzaad en palmbomen.

De energie uit biomassa komt doorgaans vrij in de vorm van warmte, door verbranding. Vaak gebruikt het verwerkingsbedrijf zelf een deel van die warmte voor eigen verwarming. Soms verwarmt biowarmte ook rechtstreeks huishoudens van nabijgelegen woonwijken. Het grootste deel van de warmte wordt echter omgezet in elektriciteit.

Daarom groen

Bio-energie mag om verschillende redenen als ‘groene’ energie worden verkocht. Allereerst is de bron duurzaam: biomassa raakt, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen, niet op. Bio-energie is ook zogeheten klimaatneutraal. Kooldioxide (CO2) die vrijkomt bij verbranding, vergassing of vergisting van biomassa, draagt namelijk niet bij aan het versterkte broeikaseffect.

Dat klinkt misschien onlogisch, want kooldioxide uit bio-energie is niet wezenlijk anders dan die uit fossiele brandstoffen. Toch is het effect op de lange termijn anders. Planten nemen kooldioxide op uit de lucht, en leggen dat vast in hun weefsels. Als ze doodgaan, komt kooldioxide meestal weer vrij. Tijdens deze (relatief korte) cyclus, blijft de hoeveelheid kooldioxidegas in de lucht constant. Opwekking van bio-energie versnelt de cyclus, maar verhoogt de netto concentratie CO2 niet. Fossiele brandstoffen doen dat wel.

Fossiele brandstoffen bevatten CO2

Die miljoenen jaren geleden door planten is vastgelegd. Het kooldioxide kwam destijds niet vrij na sterfte van de planten, omdat bijzondere omstandigheden leidden tot opslag (fossiliseren) van het materiaal. Het oude kooldioxide ligt dus buiten de CO2-cyclus opgeslagen en komt van nature niet vrij. Maar sinds we fossiele brandstoffen verbruiken, belandt fossiele CO2 als extra hoeveelheid in de atmosfeer. Met het broeikaseffect als resultaat.

Tegenstanders van bio-energie wijzen kritisch op andere aspecten van bio-energie dan de directe CO2-gevolgen. Hoe duurzaam is rioolslib bijvoorbeeld, als bij door verbranding zware metalen in het milieu komen? En mag palmolie een duurzame bron heten, als die is geteeld op akkers waar voorheen tropisch regenwoud stond? Hieronder de grootste bezwaren tegen een groene stempel op alle bio-energie.

Debat: wel of niet duurzaam?

De duurzaamheid van bio-energie is lastig te meten. Allereerst hangt die niet alleen af van de hoeveelheid CO2 die vrijkomt. Het hele proces dat leidt tot energie uit biomassa moet onder de loep, voordat duidelijk is of het duurzaam is. Dat betekent: kijken naar de herkomst van de biomassa en werkwijze ( zie deel 1) En: meewegen hoeveel energiekosten en milieubelasting er ontstaan door voorbewerking, transport en restafval. Ook de technische kenmerken van energiecentrales (zoals de efficiëntie) hebben invloed op de milieuvriendelijkheid van energie uit biomassa.

Het debat draait dus niet zozeer om de vraag of alle energie uit biomassa duurzaam is, maar welke vormen van energie uit biomassa duurzaam zijn, en onder welke voorwaarden. Elke soort biomassa heeft specifieke eigenschappen, eigen voor- en nadelen, en onzekerheden. Milieuorganisaties volgen de ontwikkelingen nauwgezet en staan vaak kritisch tegenover bio-energie. De belangrijkste argumenten:

Er is vaak onduidelijkheid over de herkomst van de biomassa

zonder inzicht in productie, vervoer en verwerking, is duurzaamheid niet te meten. Bij veel biomassaverwerking komen schadelijke stoffen vrij; dat geldt voor mest, rioolslib en sloophout. Het gaat om zware metalen, chloor, zwaveloxide en fijn stof, maar ook broeikasgassen zoals methaan, lachgas en fluorgas.

Teelt van biomassa voor bio-energie

(vooral biobrandstof) kan wereldwijd de biodiversiteit en voedselproductie bedreigen, door houtkap en tekort aan akkerbouwgronden; dat geldt voor palmolieproductie, waarvoor mogelijk tropisch regenwoud moet wijken.

Bio-energie concurreert met duurzaam hergebruik van materialen

(vooral hout, en GFT uit huishoudafval), en stimuleert de niet-duurzame bio-industrie (kippenmest). Er zijn mogelijk negatieve sociale gevolgen van bio-energie. Bijvoorbeeld voor ontwikkelingslanden, waar massale teelt van bio-energiegewassen kleinschalige landbouw mogelijk wegconcurreert, of natuurgebieden bedreigt.

Overheid

De overheid stimuleert bio-energie omdat ze biomassa beschouwt als een duurzame bron van energie. Ruim de helft van de duurzame energie die in Nederland wordt opgewekt, is afkomstig van biomassa.

De doelstelling van de overheid is om in 2020 tien procent van de energie uit duurzame bronnen te halen. Met Europa is bovendien afgesproken dat in 2010 al 9 procent van de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. Om dit te kunnen halen zijn er diverse regelingen en subsidies in het leven geroepen. Consumenten kunnen daardoor makkelijker kiezen voor (vaak iets duurdere) duurzame energie.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Tip de redactie

Wij zijn altijd op zoek naar het laatste nieuws.

Meer over

Net binnen

Gerelateerde artikelen