Duitsland stopt met kernenergie in 2022

Duitsland stopt met kernenergie in 2022

De zeventien Duitse kerncentrales gaan uiterlijk in 2022 dicht. De zeven reactoren van voor 1980, die na de kernramp in Fukushima werden gesloten, blijven definitief dicht. De meeste reactoren zullen al in 2021 worden stilgelegd. Maar om problemen met de energievoorziening op te vangen, blijven enkele centrales nog een jaar langer open.

Rampen in Tsjernobyl en Fukushima

Nederland heeft op dit moment één kerncentrale die elektriciteit produceert: kerncentrale Borssele in Zeeland. In totaal is het aandeel van Borssele in onze elektriciteitsvoorziening nu maar 4 procent. Dat kan prima worden opgevangen door de gascentrales die we al hebben, en op de langere termijn door schone energie. In januari 2012 hebben Delta en ERH besloten voorlopig af te zien van de bouw van een tweede kerncentrale. Nieuwe kerncentrales in Nederland zijn dan ook helemaal overbodig: de capaciteit uit gas en schone energiebronnen groeit zo hard dat alleen deze bronnen in 2020 in onze energiebehoefte kunnen voorzien. Elke euro die aan kernenergie wordt uitgegeven, staat investeringen in de enige echte oplossing in de weg: schone manieren om energie op te wekken. En die zijn er genoeg denk aan wind en zonnen energie.

Heeft kernenergie eigenlijk wel een toekomst

De voorraad uranium is beperkt en ook daardoor is kernenergie geen oplossing voor het broeikaseffect. Als de verwachting van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) te Wenen voor kernenergie in het jaar 2000 zou zijn uitgekomen, zouden de bewezen en geschatte voorraden uranium nu al op zijn. Niet alle uranium komt uit politiek stabiele gebieden, zoals we vaak horen beweren. Nederland haalt uranium voor de kerncentrale Borssele uit Kazachstan. Daar heerst een dictatuur en dat lijkt ons geen politiek stabiel land.

Kernenergie is niet schoon als wordt gedacht

Afgezien we geen oplossing hebben voor het kernafval dat nog duizenden jaren gevaarlijke straling zal geven is kernenergie absoluut niet een schone energie.

Kernenergie draagt ook bij aan het broeikaseffect. Het gaat hier om CO2 dat vrijkomt bij winning en bewerking van uraniumerts, bij de bouw van de kerncentrale, het transport van kernbrandstof, de afbraak van de centrale, etc.. Bij al deze werkzaamheden zijn machines nodig die benzine of diesel gebruiken en zo CO2-uitstoot veroorzaken. Dit heet de indirecte CO2-uitstoot. Op het ogenblik worden uraniumertsen gewonnen met gemiddeld zo’n 0,1 procent uranium; in 1000 kilo gesteente zit dan een kilo uranium. In deze situatie is de indirecte CO2 uitstoot door winning van het uranium voor een kerncentrale 10 tot 50 % van de totale CO2-uitstoot een gas-gestookte centrale (15% tot 85% van een warmtekracht-installatie op aardgas), blijkt uit de schaarse beschikbare openbare gegevens.

Er is echter slechts een beperkte hoeveelheid van dit erts met 0,1 procent uranium. Wanneer vanwege het broeikaseffect meer kerncentrales gebouwd worden, zal men over tien tot vijftien jaar moeten overgaan op ertsen met een lager gehalte aan uranium. Dan moet veel meer gesteente afgegraven en verwerkt worden voor eenzelfde hoeveelheid uranium. Daardoor stijgt de indirecte CO2 uitstoot. Bij een ertsgehalte van 0,02 procent is de indirecte CO2-uitstoot door een kerncentrale gemiddeld 60% van die van een gascentrale. Bij nog armere ertsen van 0,01 procent is een kerncentrale verantwoordelijk voor meer CO2-emissie dan wanneer dezelfde hoeveelheid elektriciteit verkregen zou zijn door meteen fossiele brandstoffen te verbranden.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Pexels

Tip de redactie

Wij zijn altijd op zoek naar het laatste nieuws.

Meer over

Net binnen

Gerelateerde artikelen