De VVD wil dat het dragen van een hoofddoek door een boa wettelijk wordt verboden. Kamerlid Claire Martens America dient daarvoor een eigen wetsvoorstel in. In Den Haag wordt al jaren gesproken over de zichtbaarheid van religieuze uitingen bij handhavers, maar een harde wet ontbreekt nog.
Volgens de VVD is duidelijkheid nodig. Gemeenten hanteren nu verschillende regels, waardoor boa’s in de ene stad wel een hoofddoek of keppeltje mogen dragen en in de andere niet.
Gemeenten
Sinds 2022 bestaat er een landelijke richtlijn voor boa’s. Daarin staat dat zij zich neutraal moeten kleden. Religieuze uitingen zoals een hoofddoek of keppeltje worden daarin afgeraden.
Toch is die richtlijn niet bindend. Gemeenten bepalen zelf hoe zij ermee omgaan. In steden als Amsterdam, Utrecht en Tilburg mogen boa’s bijvoorbeeld wel een hoofddoek dragen. Dat zorgt volgens de VVD voor onduidelijkheid bij burgers.
De partij wil daarom één landelijke regel. Die moet voor alle boa’s gelden, ongeacht waar zij werken.
Raad van State
Een eerder plan van het kabinet om het verbod via lagere regelgeving te regelen, liep vast. De Raad van State oordeelde dat zo’n maatregel te ver gaat zonder een aparte wet.
Omdat het raakt aan de vrijheid van godsdienst, moet het volgens het adviesorgaan expliciet in de wet worden vastgelegd. Dat advies speelt een belangrijke rol in het nieuwe voorstel van de VVD.
Politiek den haag
In de politiek lijkt er steun te groeien voor een verbod op religieuze uitingen bij boa’s. Ook het CDA heeft zich eerder positief uitgesproken over strengere regels. Daarnaast steunen meerdere rechtse partijen het idee.
Een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt daardoor binnen bereik. Toch moet het debat nog plaatsvinden en kan het voorstel nog worden aangepast.
Martens America benadrukt dat het niet gaat om het beperken van geloof, maar om duidelijkheid in het uniform. Volgens haar moet een boa als vertegenwoordiger van de overheid herkenbaar en neutraal zijn.
De komende maanden zal blijken of het voorstel voldoende steun krijgt in Den Haag en of het daadwerkelijk leidt tot een landelijke wet.
