Het Nederlandse asielstelsel staat voor een enorme opgave. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet de asielaanvragen van ruim 140.000 Oekraïners alsnog gaan bekijken en beoordelen. Dat heeft het Europese Hof van Justitie bepaald. De aanvragen waren eerder geparkeerd, maar die werkwijze is nu door de rechter afgekeurd. Bestuurders en het kabinet erkennen dat dit besluit grote gevolgen heeft voor de druk op de asielketen.
Unieke Nederlandse aanpak
Oekraïners die na de Russische inval naar Nederland vluchtten, vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Hiermee kregen zij direct recht op opvang, werk en zorg. Nederland koppelde deze status destijds echter automatisch aan een officiële asielaanvraag, die vervolgens direct werd bevroren.
Volgens het Europese Hof mag deze papieren berg niet langer worden genegeerd. Nederland is hiermee een uitzondering in Europa, waar andere lidstaten deze koppeling niet maakten.
Gigantische druk op capaciteit
Voor de IND betekent de uitspraak een logistieke nachtmerrie. De dienst kampt al jaren met achterstanden en een tekort aan personeel. Deskundigen vragen zich af hoe de instantie deze gigantische hoeveelheid extra werk moet gaan opvangen.
De minister van Asiel en Migratie geeft toe dat dit oordeel extra druk legt op het stelsel. Toch hoopt de bewindsman op wat flexibiliteit van de rechter om de dossiers gefaseerd te verwerken.
Plannen voor behandeling in fases
Het kabinet wil voorkomen dat de reguliere asielprocedure volledig vastloopt. Het plan is om eerst nieuwe aanmeldingen te verwerken en de bestaande wachtlijst van vijftigduizend reguliere asielzoekers weg te werken.
Pas daarna komen de dossiers van de Oekraïners aan de beurt. Juristen betwijfelen of deze vertragingstactiek juridisch houdbaar is, hoewel het Europese Hof wel enige ruimte lijkt te bieden voor een stapsgewijze aanpak bij extreme instroom.
Onzekerheid voor vluchtelingen
Voor de gevluchte Oekraïners brengt de situatie nieuwe onrust met zich mee. Zij leven al jaren in een situatie van permanente tijdelijkheid. De huidige Europese beschermingsstatus loopt tot maart 2028. Een volwaardige asielstatus zou hen veel meer langetermijnzekerheid bieden in Nederland.
Maatschappelijke organisaties pleiten daarom voor een snelle en zorgvuldige beoordeling. De hoogste Nederlandse bestuursrechter moet de Europese uitspraak nu vertalen naar de praktijk.
