Het vogelgriepvirus heeft de afgelopen maanden tienduizenden kraanvogels in West‑Europa gedood. In Frankrijk en Duitsland zijn naar schatting ruim veertigduizend dieren gestorven sinds het najaar. De eerste resultaten van de jaarlijkse telling laten zien dat er bijna vijftigduizend minder kraanvogels zijn geteld dan in voorgaande jaren.
Volgens experts betekent dit dat ongeveer tien procent van de totale West‑Europese populatie is verdwenen. “Zo’n verlies hebben we nog niet eerder gezien,” zegt Koen de Koning, universitair docent aan Wageningen Universiteit. De uitbraak is opmerkelijk, omdat kraanvogels tot nu toe grotendeels gespaard bleven.
Terugslag na herstel
De timing is ongelukkig, want het ging juist goed met de soort. Door beter beschermde veengebieden nam het aantal broedparen de laatste jaren fors toe. De vogels konden daar veilig rusten en broeden, ver weg van menselijke verstoring.
“Nu zien we dat diezelfde rustgebieden het virus in de hand werken,” legt De Koning uit. “De vogels verzamelen zich daar in grote groepen, waardoor de besmetting razendsnel rondgaat.”
Verspreiding via migratie
Kraanvogels leggen in korte tijd grote afstanden af. Daardoor dragen ze het virus gemakkelijk over van het ene gebied naar het andere. Waar het virus ooit vooral onder wilde eenden en ganzen voorkwam, zijn nu vrijwel alle bekende kraanvogelrustplaatsen getroffen. Beelden laten daar zieke en verzwakte dieren zien die vaak de winter niet overleven.
Licht herstel zichtbaar
De laatste weken lijkt de situatie iets te verbeteren. Er worden nauwelijks nieuwe dode vogels gevonden, wat wijst op mogelijke groepsimmuniteit. Voor natuurliefhebbers is dat hoopvol nieuws, want de jaarlijkse trek staat voor de deur.
Oog op Nederland
De Koning volgt met een speciale radar waar groepen kraanvogels zich bevinden. Hij verwacht dat de eerste vogels begin volgende week Nederland kunnen bereiken. “Hun aankomst blijft een spectaculair moment,” zegt hij. “Dat diepe, roepende geluid boven je hoofd maakt iedere keer indruk.”

